Opladers

De columns van Twentesport-collega Theo de Rooij lees ik elke week met veel genoegen en in vrijwel de meeste gevallen ook met een instemmend knikje. Zijn achtergrond als topsporter en teamleider maakt hem geloofwaardiger dan een cabaretier, die zichzelf elke zaterdag in de NRC recyclet om daar tegen de feestdagen een nietje doorheen te slaan voor weer een toprecette – om maar eens een jaloersmakend voorbeeld te noemen. Theo’s meest recente pleidooi om eens wat vaker de fiets te pakken is wat mij betreft uit het hart gegrepen en mijn vrouw en ik hebben het tijdens onze laatste vakanties op de Veluwe en de Utrechtse Heuvelrug regelmatig in de praktijk gebracht, nadat we in de voorgaande zomers het Limburgse Leudal op twee wielen hadden verkend. Nederland is een fantastisch mooi land, daarvoor hoef je niet met het vliegtuig naar het buitenland.

Fietsen is geweldig leuk, je zet een route uit, banaan en sinasappel in de rugzak en trappen maar. Nu zijn we op een leeftijd gekomen dat het gemak de mens best wat steviger mag dienen en daarom verplaatsen we ons per e-bike, waarbij we nog steeds de nodige beweging krijgen en de zadelpijn wordt er helaas ook niet minder van. Nee, het enige probleem is eigenlijk de accu, of liever gezegd: de inhoud daarvan. Die is namelijk niet onbeperkt en heeft na een bepaald aantal kilometers een reanimatie nodig. Het aantal oplaadpunten in Nederland is gigantisch, maar bij veel grote attracties ontbreken ze. Zo zochten we er vergeefs naar bij een grote dierentuin in de provincie Utrecht. En voor aanstaande zaterdag staat een rondleiding bij Kasteel Twickel op ons programma, maar de fiets opladen is er niet mogelijk, terwijl de auto er wél aan het infuus kan. Kom op, Theo, schrijf daar nou eens een stukje over. Jou geloven ze eerder dan zo’n luie zeiksnor met z’n luxe stekkertrapper.

(29 augustus 2019)

Copyright Peter Bonder.

Met dank aan 360SportsIntelligence.