Sparta

Het was lang geleden dat ik in Enschede een amateurvoetbalwedstrijd had gezien. Zaterdag was ik van de partij bij Sparta-VRC voor de nacompetitie. Aan de Kotkampweg kwamen van beide kanten sweet memories bij me boven. Daar lagen de velden van Vosta, waar ik twee jaar lang tevergeefs probeerde om mijn jongensdroom, het eerste elftal van FC Twente, waar te maken. Het tweede elftal van FC Twente zat er overigens ook niet in, verre van dat zelfs. En in gedachten zag ik mezelf terug op het complex van DKS, waar nu de Tex Town Tigers ballen. Ik heb er in al die jaren welgeteld één keer kunnen winnen, met EHV A1. René Mosman was hun keeper en dat heeft hij nog jaren moeten horen. Tijdens de warming up worden de sponsors geloofd en geprezen door iemand met een vet Haags accent, jawel, onze eigen Jan Medendorp. Ik hoop voor hem dat het een leuke schnabbel is geweest. En dan begint de wedstrijd. Ik raak in gesprek met een andere hockeyvader en we zijn het met elkaar eens dat het rommelig is, vooral vanwege het vele buitenspel en het gedoe bij vrije schoppen. Onze gezamenlijke conclusie is derhalve dat de spelregels bij het hockey, zonder offside en met selfpass, zo gek nog niet zijn. Halverwege de tweede helft wordt het 2-0 voor VRC en kan het tijdrekken beginnen, wat gelukkig niet beloond wordt omdat Sparta in de blessuretijd de 3-3 binnentikt en de strafschoppen beter benut. Al met al geen heel beste wedstrijd, maar qua spanning en sensatie wel veel leuker en boeiender dan de finale van de Champions League later die dag. Het zit er dus dik in dat ik zaterdag weer ga. Kom d’r maar in, Jan.

(6 juni 2019)

Copyright Peter Bonder.

Met dank aan 360SportsIntelligence.